Agenda 2022-2023

 

Alle hieronder genoemde bijeenkomsten zijn in het Oranjehotel te Leeuwarden, aanvang 14.00 uur, mits anders is aangegeven

 

 24 september, 

Voorprogramma: Jurjen Boersma, over Nasa’s eerste maanlanders, het Project Surveyor.

Hoofdlezing: Carmen Hoek, over Het kosmische web, de grootste schaalstructuur in ons heelal.

 

  29 oktober 

Voorprogramma: Henk Nieuwenhuis over De rode vlek van Jupiter nader bekeken.

Hoofdlezing: Edwin Mathlener over Betelgeuze, de meest nabije rode superreus.

 

26 november, 

Voorprogramma: Wicher van der Heide over Energieprocessen in de ruimte dl 2

Hoofdprogramma: Cees Ooms: Space Weather (ruimteweer) en Noorderlicht.

 

28 januari

Voorprogramma: wat is onze plaats in de kosmos?

Met elkaar van gedachten wisselen aan de hand van enkele stellingen olv Bauke Zijlstra.

Hoofdprogramma: Dr. Gijs Verdoes Kleijn over De cruise van Ruimteschip Aarde door de Melkweg

 

25 februari aanvang 13.30!!!

Algemene Ledenvergadering.

Hoofdlezing: Rein Haarsma: Klimaatverandering en de gevolgen voor Nederland.

 

25 maart

Voorprogramma: Meindert de Jong: Het ontvangen van radiosignalen van Jupiter.

Hoofdlezing: Pauline Kruiver: Wat trilt daar? Over aardbevingen en laag-frequent geluid.

 

29 april

Ledenexcursie.

Bestemming is nog niet bekend.


Op 24 sept.
Jurjen Boersma vertelt over het Project Surveyor.

1966 was het jaar van de eerste maanlanding door de Sovjet Unie. Daarna volgde  Amerika met de Surveyor 1, en daarna volgden er nog enkele. Door deze landingen werd aangetoond dat het mogelijk was om precisielandingen uit te voeren op de maan. Vòòr die tijd was daarover namelijk nog heel veel onduidelijk. Hoe hielden de instrumenten zich? Was het maanoppervlak wel vlak genoeg? Zakte je niet weg in meters maanstof? Deze vragen zijn door de vijf geslaagde landingen van project Surveyor tussen 1966 en 1968 ruimschoots beantwoord en kon Apollo 11 goed voorbereid aan zijn missie beginnen. 

Jurjen Boersma was jarenlang secretaris van onze vereniging Gemma Frisius en is geïnteresseerd in alles wat met ruimtevaart te maken heeft.

Carmen Hoek vertelt over het Kosmische web, de grootste schaalstructuur in ons heelal.

Het kosmische web is het grootste wat er in het heelal te vinden is. Miljarden sterrenstelsels klonteren samen in draden en knooppunten. We beginnen een steeds beter beeld te krijgen van het gas en de donkere materie die zich in dit kosmische web bevinden en van de stromingen van massa en sterrenstelsels die samengaan met de vorming en opbouw van dit intrigerende kosmische netwerk. Aan de hand van computersimulaties, o.a. de illustris-simulatie, en de reconstructies kunnen we de vorming van het kosmische web onder invloed van zwaartekracht steeds beter beschrijven. Op grond van de resultaten kunnen we steeds meer vertellen over de massastromingen en de componenten van deze schaalstructuur. In de lezing duiken we de diepte in en volgen we de formatie van deze web-achtige structuur tot het enorme skelet in het huidige universum.

Carmen Hoek groeide op in Harlingen, behaalde al in de derde klas vwo de finale van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade en in 2017 won ze de prachtige tweede prijs. Ze studeerde natuur- en sterrenkunde aan de RUG. Het onderwerp van deze lezing is haar afstudeeropdracht aan de RUG.


29 oktober.

Henk Nieuwenhuis vertelt over de rode vlek van Jupiter

In dit voorprogramma vertelt Henk iets over de geschiedenis en waarnemingen van de planeet Jupiter met de grote rode vlek. Jupiter is voor amateurs een heel mooi object om waar te nemen. In de eerste plaats zijn er veel details op de planeet zichtbaar, ten tweede wisselt het wolkendek van de planeet regelmatig van gedaante. De rode vlek is een boeiend object dat tot op de dag van vandaag nog geheimen voor ons heeft. Daar wordt in deze voordracht uitgebreid aandacht aan besteed met beelden vanuit het verleden tot hoe de rode vlek er heden ten dage uitziet.

Henk Nieuwenhuis was conservator van het Eise Eisinga Planetarium en is erelid van de Vereniging Gemma Frisius. Henk heeft al talloze lezingen voor de vereniging verzorgd en ook bestuurswerk voor de vereniging verricht. Er is een planetoïde naar hem genoemd en van zijn hand verschijnen regelmatig artikelen in het tijdschrift Zenit, o.a. over de rode vlek van Jupiter (Zenit juli/aug 2021).

Edwin Mathlener vertelt over Betelgeuze, de meest nabijgelegen rode superreus

Betelgeuze is één van die sterren die best veel mensen – ook niet amateurastronomen – weten te vinden aan de hemel: de heldere rode ster linksboven in het sterrenbeeld Orion, dat ‘s winters aan de zuidelijke hemel prijkt. De afstand tot deze ster bedraagt waarschijnlijk ongeveer 550 lichtjaar, dichterbij dan de ruim 600 lichtjaar die tot voor kort in de literatuur de ronde deed en dat maakt de ster ongeveer 25% kleiner dan we vroeger dachten. Maar het is daarmee nog steeds de meest nabije rode superreus.
Superreuzen kunnen als supernova ontploffen en sinds we dat weten, wordt er al gespeculeerd dat Betelgeuze dat ‘elk moment’ zou kunnen doen. Maar ‘elk moment’ op kosmische schaal kan morgen zijn, maar ook pas over 100.000 jaar. De spectaculaire afname in helderheid die we in de winter van 2019/20 zagen, voedde natuurlijk de discussie over een mogelijk op handen zijnde explosie, maar zijn helderheid is intussen weer normaal. Zou zo’n nabije supernova gevaarlijk kunnen zijn voor het leven op aarde? Dat blijkt gelukkig wel mee te vallen. Maar als het in onze tijd zou gebeuren, zouden drommen (amateur)astronomen waarschijnlijk een vreugdedansje maken: het zal een zeer spectaculair natuurverschijnsel zijn.
We kijken in deze lezing naar geboorte en leven van sterren veel zwaarder dan onze zon en hoe deze uiteindelijk als supernova aan hun eind komen.

Edwin Mathlener studeerde sterrenkunde in Utrecht. Naast zijn werk voor een wetenschappelijke uitgeverij is hij altijd actief geweest met het organiseren van sterrenkundige activiteiten en het populariseren van sterrenkunde, o.a. in Jongerenwerkgroep voor Sterrenkunde, KNVWS, Stichting ‘De Koepel’, Stichting Universum en Sonnenborgh. Hij was jarenlang hoofdredacteur van het tijdschrift Zenit.


26 november

Wicher van der Heide vertelt over Energieprocessen in de ruimte (deel 2)

Elke dag krijgen we het te horen en te lezen: ‘energiecrisis, fossiele energie mag niet meer, energiebesparing, kernenergie…’ Het is duidelijk: energie bepaalt ons dagelijks leven in alle opzichten.
In deel 1 van de lezing ‘Energieprocessen in de ruimte’ kwamen verschillende energiesoorten ter sprake, zoals bewegingsenergie, zwaarte-energie, stralingsenergie en warmte. In de afgelopen eeuwen, vanaf Newton eind 17e eeuw, zijn de belangrijkste energiewetten vastgelegd. Hiermee konden een groot aantal verschijnselen op aarde en in de ruimte beschreven worden, zoals de beweging van de maan om de aarde, de oppervlaktetemperaturen hemellichamen e.d. Hierbij gaat het vaak om energieomzettingen waarbij zwaarte-energie, kinetische energie en warmte de hoofdrol spelen.
Maar er bleven vragen opkomen: waarom koelde de aarde niet volledig af gedurende zijn bestaan en waar komt de energie vandaan die de zon uitstraalt? In deze lezing, deel 2 van ‘Energieprocessen in de ruimte’ gaan we in op deze vragen.
De antwoorden kwamen van, onder anderen, Curie, Rutherford, Einstein, Hahn, Meitner, Bethe, Hoyle.  De ontdekking van radioactiviteit, de samenstelling van atoomkernen, vele elementaire deeltjes en vorming van nieuwe elementen gaven een volledig nieuwe blik op onze aarde en het heelal. Opmerkelijk was dat ontdekkingen door vrouwelijke wetenschappers soms werden toegeschreven aan mannelijke collega’s.
Maar zijn hiermee nu alle vragen beantwoord? Nee, want er schijnt ook nog “donkere energie” te zijn….

Wicher van der Heide studeerde anorganische materiaalkunde (vastestof) aan de TU Twente en was vervolgens 37 jaar docent natuurkunde in Dokkum.

 

Cees Ooms vertelt over Space Weather (ruimteweer)

De lezing begint met het doornemen van het actuele Space Weather overzicht en welke effecten de verschillende onderdelen op ons kunnen hebben. Processen die zich op de zon en in de atmosfeer van de aarde afspelen, en de werking van het Noorderlicht, worden uitgelegd. Zonder ingewikkelde formules, maar wel op een wetenschappelijk verantwoorde manier. Een beetje basiskennis van natuurkunde en/of interesse in technische onderwerpen is wel wenselijk om dit gedeelte van de lezing te kunnen volgen. Foto’s van zonsverduisteringen, H-alpha foto’s van de zon én Noorderlicht foto’s worden gebruikt zodat het niet alleen natuurkunde is. Er wordt ook ingegaan op de rol van wetenschappers die aan de theoretische onderbouwing van de voor Space Weather belangrijke processen hebben gewerkt.

In deel 2 van de lezing volgt een overzicht van incidenten die door Space Weather zijn veroorzaakt, recente waarschuwingen voor Space Weather gerelateerde ongemakken én de satellieten die gebruikt worden voor het monitoren van Space Weather. Als laatste wordt uitgelegd hoe het Space Weather overzicht gebruikt kan worden om te bepalen of er kans op Noorderlicht is.

Cees Ooms is al ruim 20 jaar actief als astrofotograaf. Interesse in Noorderlicht en Space Weather is ontstaan na een spectaculaire Noorderlicht show in 2014 in Noorwegen.


28 januari

Wat is onze plaats in de kosmos?

Het wereldbeeld van de mensheid is in de loop van de eeuwen radicaal veranderd. Eeuwenlang werd de aarde als het centrum van het heelal beschouwd met de mens als kroon op de schepping. Nu weten we dat de aarde niet méér is dan een stofje in het gigantische heelal. Wat doet deze kennis met ons? Is deze kennis wel aanwezig bij de mensen, nu de meeste aardbewoners leven in steden waar de hemel door (licht)vervuiling  nauwelijks zichtbaar is? Is de verwondering over de hemel hierdoor verdwenen, of misschien toch verder toegenomen? En wat doet dit met ons in het dagelijkse leven: voelen we ons meer of juist minder verantwoordelijk voor het voortbestaan van het leven op aarde? En welke rol speelt de wetenschap, die vaak wordt gewantrouwd, in het maatschappelijk debat?

We bekijken eerst een paar wereldbeelden die in de loop van de geschiedenis bepalend waren. Vervolgens zal Bauke Zijlstra (oud-docent filosofie) een korte toelichting hierop geven en tenslotte kunnen we, aan de hand van een paar stellingen, met elkaar van gedachten wisselen over deze zaken.

Dit voorprogramma kunt u beschouwen als inleiding op de hoofdlezing van Gijs Verdoes Kleijn van vanmiddag waarin de nadruk ligt op de toekomst: wat kunnen wij en onze nakomelingen in de nabije en verre toekomst verwachten?

 

Gijs Verdoes Kleijn vertelt over De Cruise van Ruimteschip Aarde door de Melkweg.

Wat is de invloed op de leefbaarheid van onze Aarde van gebeurtenissen die zich in het heelal afspelen? De Zon heeft vanzelfsprekend de grootste impact op de biosfeer, maar wat weten we van de invloed van de asteroïden, de Maan, planeten, sterren? Welke rol spelen de enorme moleculaire wolken waar we, aan dek van ons Ruimteschip Aarde, doorheen bewegen? Wat is er in het verleden gebeurd met de Aarde en wat kunnen we verwachten? De mensheid is de eerste levensvorm die zich bewust is van de cruise door het heelal, een cruise die al ruim vier miljard jaar aan de gang is. Zo bezien is het een tragie-komische paradox dat we als mensheid zeer waarschijnlijk 99,9 % van de cruise zullen missen.

Dr. Gijs A. Verdoes Kleijn promoveerde in de sterrenkunde aan de Universiteit Leiden, was vervolgens werkzaam als astronoom bij het Space Telescope Science Institute in Baltimore, USA en vervolgens aan het European Southern Observatory (ESO) in Germany en tenslotte aan het Kapteyn-instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij houdt zich o.a. bezig met de verwerking van astronomische data. Het gaat dan over de calibratie en beeldvorming in zichtbaar en nabij-infrarood licht van zowel objecten op grote afstand (clusters van sterrenstelsels) als objecten dichtbij (asteroïden). Het onderzoek gebeurt in internationale projecten als MICADO, Euclid en Gaia. Zijn speciale aandacht gaat vooral uit naar het opsporen en volgen van nabije asteroïden die mogelijk een gevaar voor de Aarde kunnen vormen. Ook is hij verbonden aan de non-profit organisatie WeAreCruiseShipEarth die aandelen van Ruimteschip Aarde verkoopt. De opbrengsten van deze lezing worden gedoneerd aan deze organisatie. Zie verder WeAreCruiseShipEarth.org.


25 februari

Algemene ledenvergadering ( Let op, deze bijeenkomst begint om 13.30 uur)

Rein Haarsma vertelt over de Klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan voor Nederland.

Op 9 augustus 2021 werd het zesde assessment rapport van werkgroep 1 van het Intergovernmental Panel on Climate Change (AR6 WGI IPCC) gepresenteerd. Aan dit rapport is drie jaar lang door 240 wetenschappers uit de hele wereld gewerkt. Het doel van dit rapport is om een overzicht te geven van de kennis over de toestand van het klimaat, samen met projecties voor de toekomst, op basis van peer reviewed wetenschappelijke publicaties. Het aantal publicaties was dit keer ongeveer 14000. In deze lezing wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste conclusies van dit rapport. Ook zal er dieper in gegaan worden op de gevolgen van klimaatverandering voor Nederland en de onzekerheden daarin.

 

Rein Haarsma, senior klimaatonderzoeker van het KNMI, is één van de hoofdauteurs van AR6 WGI IPCC (VN-klimaatpanel-rapport). Zijn specialisaties zijn onder meer grootschalige dynamica van de atmosfeer, oceaan-atmosfeerinteracties en tropische cyclonen. Daarnaast houdt hij zich bezig met het droogte-onderzoek in Nederland. “Droogte stond altijd al wel op onze agenda”, vertelt Haarsma, “maar na de extreem droge zomer van 2018 besteden we er meer aandacht aan. We werken nu op volle kracht om daar meer begrip van te krijgen en onze modellen te verbeteren.”



 

25 maart

Meindert de Jong vertelt over Het ontvangen van radiosignalen van Jupiter

De Aarde wordt continu met straling uit de ruimte bestookt. Een groot gedeelte van deze straling wordt geabsorbeerd door de atmosfeer waaronder de, voor het leven gevaarlijke, kortgolvige röntgen- en gammastraling. Gelukkig wordt zichtbaar licht en bepaalde langgolvige radiostraling wel doorgelaten zodat deze waargenomen kunnen worden op het aardoppervlak. En ook de door Jupiter uitgezonden radiostraling kun je ontvangen met een speciale antenne plus ontvanger. Maar dit lukt niet altijd. Voor een goede ontvangst moet rekening worden gehouden met een aantal factoren: de hoogte van Jupiter boven de horizon en de afstand Aarde-Jupiter. Ook is een lage activiteit van de Zon gewenst want de Zon heeft grote invloed op de ionisatie van de hogere luchtlagen in de atmosfeer

Meindert de Jong, penningmeester van Vereniging Gemma Frisius, is zowel radiozendamateur als bouwer van spiegeltelescopen waarbij elk onderdeel door Meindert zelf wordt gefabriceerd.

Pauline Kruiver: Wat trilt daar? Over aardbevingen en laag-frequent geluid

De meeste mensen kennen het KNMI van het weer en van klimaatonderzoek. Het KNMI heeft echter ook een onderdeel dat zich bezighoudt met seismologie en akoestiek en beheert een uitgebreid netwerk van seismometers in Nederland waarmee aardbevingen geregistreerd worden. Als er een aardbeving in Nederland is, dan bepalen de seismologen van het KNMI de sterkte – ofwel magnitude – en de plaats van de aardbeving. Deze worden op de website gepubliceerd. We kijken naar twee soorten aardbevingen: tektonische en geïnduceerde. De natuurlijke, tektonische aardbevingen vinden vooral in het zuiden van het land plaats. Ze zijn gerelateerd aan de grote breuksystemen in de ondergrond, zoals de Peelrandbreuk en de Feldbissbreuk. De grootste natuurlijke aardbeving was die van Roermond in 1992. Geïnduceerde aardbevingen worden veroorzaakt door menselijke activiteiten in de ondergrond. De bevingen ten gevolge van de gaswinning in Groningen zijn de bekendste. Naast de stations in Europees Nederland, heeft het KNMI ook stations in Caribisch Nederland, op de eilanden Saba en St. Eustatius. Deze twee eilanden bestaan ieder namelijk uit een actieve vulkaan.                                                                                        Uit de data van onze sensoren kunnen we veel meer afleiden dan alleen de plaats en magnitude van een aardbeving. Er zit bijvoorbeeld informatie in over het bronmechanisme van de aardbeving en over de weg die de golf heeft afgelegd van het hypocentrum naar het aardoppervlak. Door niet alleen één aardbeving maar alle aardbevingen samen in ogenschouw te nemen, kunnen we een model maken van de seismische dreiging in een gebied. We komen ook andere trillingen dan aardbevingen tegen in de registraties op onze sensoren, zoals detonaties door Defensie, straaljagers die door de geluidsbarrière gaan en de donder van grote onweersbuien. Het onderscheid tussen seismische golven en akoestische golven kunnen we beter maken doordat we naast het seismische netwerk een netwerk van microbarometers hebben. Deze pikken laag-frequent geluid op uit de atmosfeer. Voor mensen niet hoorbaar, maar voor de microbarometers wel. Dit akoestische netwerk is onderdeel van de wereldwijde monitoring ten behoeve van het kernstopverdrag. Een voorbeeld van waar seismologie en akoestiek elkaar raken is de vulkaanuitbarsting op Tonga op 15 januari 2022. Niet alleen de aarde trilde, maar ook de atmosfeer. De drukgolf die bij de uitbarsting in de atmosfeer ontstond is een aantal keer de hele aarde over gereisd en op onze meters gezien. Tijdens deze lezing zullen nog talloze andere voorbeelden de revue passeren.

Pauline Kruiver is senior-seismoloog bij het KNMI. Haar onderzoek richt zich vooral op de geïnduceerde seismische activiteit ten gevolge van gaswinning in Groningen, gasopslag, zoutwinning en thermische energiesystemen.